New York City is vandaag een van de grootste en bekendste steden ter wereld. Er wonen meer dan 8 miljoen mensen. De stad staat bekend om haar hoge gebouwen, Times Square, Central Park en het Vrijheidsbeeld. Maar hoe is deze wereldstad eigenlijk ontstaan?
Wist je dat de eerste officiële taal van New York Nederlands was?
Een Nederlandse start
De geschiedenis van New York begint in het jaar 1624. In dat jaar kwamen de eerste Nederlandse kolonisten aan in Noord-Amerika. Zij werkten voor een Nederlandse handelsorganisatie: de West-Indische Compagnie. De Nederlanders zochten een plek om handel te drijven, vooral in bont (dierenhuiden).
Ze bouwden een kleine nederzetting op het eiland Manhattan. Ze noemden deze plek Nieuw Amsterdam. Het was een strategische locatie aan de rivier de Hudson, ideaal voor handelsschepen.
Het eiland “gekocht”
Volgens een bekend verhaal kochten de Nederlanders het eiland Manhattan van de oorspronkelijke bewoners, de Lenape-indianen, voor slechts 60 gulden. Dat bedrag zou nu ongeveer 1000 euro zijn. Ze gaven spullen zoals kralen, lappen stof en metalen gereedschap in ruil voor het land. Het is niet helemaal zeker of dit verhaal klopt, maar het wordt vaak verteld.
De Engelsen nemen het over
In 1664 veranderde alles. De Engelsen namen Nieuw Amsterdam over zonder veel geweld. Ze noemden de stad New York, als eerbetoon aan de hertog van York, een belangrijk persoon in Engeland.
Vanaf dat moment werd New York een Engelse kolonie. De stad begon snel te groeien, want mensen uit heel Europa kwamen er wonen. New York werd een belangrijke plek voor handel en migratie.
Grote groei door immigratie
In de 19e en 20e eeuw kwamen miljoenen mensen uit Europa naar Amerika. Ze kwamen via de haven van New York. Velen van hen kwamen aan op Ellis Island, het immigratiestation vlakbij het Vrijheidsbeeld. Ze hoopten op een beter leven in Amerika.
Door al deze immigranten groeide New York City snel. Vandaag is het een multiculturele stad, met mensen uit meer dan 180 verschillende landen.




